Vluchtoord Ede

Na de Duitse inval in België eind 1914 zijn veel Belgen naar Nederland gevlucht. In eerste instantie werden zij opgevangen in tentenkampen, maar al snel werd begonnen met de bouw van enkele vluchtoorden met vaste gebouwen. Een van deze vluchtoorden was het Vluchtoord Ede op de Eder Hei.

Wilhelminlaan.

Archief Sjef Dirks.

Met de bouw van dit vluchtoord werd eind 1914 begonnen en in februari 1915 konden de eerste Belgen er hun intrek nemen. Tussen 1915 en 1918 werden hier ongeveer 4100 Belgen gehuisvest. Het Vluchtoord Ede was een modelkamp waar moderne technieken werden toegepast, zoals een elektriciteitscentrale en een verwarmingsinstallatie. Hier werden de gegoede Belgen opgevangen.

Keuken Scheldedorp.

Archief Sjef Dirks.

Het vluchtoord was gebouwd in de stijl van een Romeins legerkamp, met twee hoofdwegen die elkaar in het midden kruisten. Het ontwerp hiervoor is gemaakt door Kapitein Ingenieur Vaillant (commandant Veldpioniers). De hoofdwegen in het Vluchtoord waren de Koningin Wilhelminalaan en de Cort van der Lindenlaan. Hierdoor ontstonden vier kwartieren die allemaal een eigen functie hadden. De functionele gebouwen werden bij elkaar geplaatst en er waren drie aparte kwartieren de zogenaamde ‘dorpen’ met de gebouwen voor de bewoners:

Functioneel kwartier:
kerk, pastorie, scholen, onderkomen onderwijzers en RK zusters, voedselmagazijn, kledingmagazijn, postkantoor, ketelhuis, elektriciteitscentrale, centrale verwarming, bakhuis, kolenopslag, wasserij, werkplaats, toiletten, lustoord, onderkomen voor de artsen, kantine, wachthuis, garage en onderkomen van de commandant.

Leyedorp:
eetzalen, slaapzalen, grote zaal, waslokalen, toiletten, keuken, kinderbewaarplaats, kraaminrichting, rustoord, leeszaal, schouwburgzaal.

Maasdorp:
eetzalen, slaapzalen, grote zaal, waslokalen, toiletten, keuken, kinderbewaarplaats, kinderkliniek en woningen voor de onderwijzers.

Scheldedorp:
eetzalen, slaapzalen, waslokalen, toiletten, keuken, kinderbewaarplaats, babyruimte en burgerlijke stand.

Nieuwe ketels centrale verwarming.

Archief Sjef Dirks.

Ondanks alle moderne technieken die waren toegepast bleef het een vluchtoord, waar mensen verbleven die al hun bezittingen hadden achtergelaten en op de vlucht waren gegaan voor het oorlogsgeweld. Men werd opgevangen met meerdere mensen in een barak, niet bepaald ideale woonomstandigheden.
In maart 1915 ontving Nederland een gift uit Denemarken van de Deense krant ‘Berlingske Tidende’. Voorwaarde bij deze gift was dat het geld zo besteed zou worden dat de Belgen niet alleen als vluchteling, maar ook na de oorlog er voordeel van zouden hebben.
De oplossing werd gevonden in verplaatsbare houten huizen. De Belgen gingen deze huizen zelf bouwen en daarna werden er vluchtelingen in ondergebracht. Tevens was het mogelijk om de huizen te demonteren en elders weer op te bouwen als tijdelijke vervanging voor de verwoeste huizen in België.

Kerk.

Archief Sjef Dirks.

Deze Deense woningen werden geplaatst in Ede en Uden. In Ede werden 153 huisjes geplaatst buiten het Vluchtoord. Dit werd het Deense dorp genoemd. De eerste huisjes werden in juli 1915 in gebruik genomen. Uiteindelijk woonden er ongeveer zeshonderd personen in het Deense dorp. Na de ontmanteling van het Vluchtoord, dat grotendeels werd verplaatst naar Nunspeet, bleef het Deense dorp bestaan. Enkele barakken van het Vluchtoord kregen nieuwe bestemmingen ten behoeve van het dorp.

Slaapzaal met waschloods.

Archief Sjef Dirks.

Na het beëindigen van de oorlog vertrokken de meeste Belgen weer naar hun vaderland, alhoewel er ook een aantal waren die zich blijvend in Ede vestigden. Ook het Deense Dorp werd opgeheven en in maart 1919 was de hei weer leeg. De huisjes werden gedemonteerd en overgebracht naar België.

Kon. Wilhelminalaan.

Archief Sjef Dirks.

In Inter-Nos Revue, het blad van de geïnterneerden in Harderwijk, verscheen in oktober 1916 een artikel waarin Vluchtoord Ede werd beschreven. Een van de redacteuren van het blad was op bezoek geweest in verband met een tentoonstelling in het vluchtoord.

Deensche huisjes.

Archief Sjef Dirks.

Onderstaand een deel van dit artikel:

Een bezoek aan het Vluchtoord Ede.
Het Vluchtoord ligt daar langs den prachtigen Arnhemschen Straatweg als een witte sprookjesstad te midden der bloeiende heide. Loom wapperen Nederlandsche en Belgische vlaggen in het zoele zuiderwindje, een praalborg rijst in de omheining op, alles schijnt te duiden op een feeststemming.
Wanneer men door de Wilhelminalaan, die ‘als een gordel van groen met bloemen door het Vluchtoord getrokken is’, binnenkomt, treft het al dadelijk, dat orde en regelmaat hier heerschen. Het mag afzonderlijk en met voldoening geboekstaafd worden, dat nooit een schendende hand of een roekelooze voet zich aan bloem of plant heeft vergrepen of vertreden. Hulde aan de kwajongens van het vluchtoord.
Komt men in de bewoonde gedeelten, in de dorpen der slaap- en eetzalen, dan ziet men overal door de bevolking tuintjes aangelegd, waarin de versieringskunst soms met de uiterst eenvoudige hulpmiddelen, zich op sprekende wijze uit.
Langs de Wilhelminalaan reien zich verschillende inrichtingen voor gemeenschappelijk nut: het bureau van den Regeerings-Commissaris en den Vluchtoord-Commandant, het wachtlokaal voor padvinders en politie, het depot-magazijn voor de goederen bij aankomst der vluchtelingen, het postkantoor met woning voor den dienstdoende ambtenaar, het bureau van den burgerlijken stand, de inrichting voor den desinfectiedienst, de centrale wasch- en badinrichting, de installaties voor de verwarming en voor het electrisch licht.
Elders vindt men een distributieplaats met kelder voor de melk, een voedingsmagazijn, een centraal magazijn, poliklinieken voor den geneeskundigen dienst, een keuken voor bereiding van voedsel voor zuigelingen en kinderen, alsmede kribben en bewaarscholen.
Van ver buiten het kamp wordt de aandacht reeds getrokken door het struische gebouw der kerk, omgeven door vier scholen en in de nabijheid waarvan nog twee andere scholen. Wie het kerkgebouw binnentreedt wordt getroffen door de kleurenpracht der versieringen en de verschillende uitingen der diepgaande symboliek, alles tot stand gekomen door giften en gaven.
Een geschenk van de Society of Friends vormde den aanvang van een omvangrijke bibliotheek, die, allengs uitgebreid, werd ondergebracht in de zaal Breughel. Deze, weldra tot lees- en schrijfzaal ingericht, wordt steeds druk bezocht. Voor de kinderen beneden de zestien jaar is een afzonderlijke bibliotheek ingericht in de speelzaal ‘Namen’.
Er werden nog behalve boeken ontvangen: lotto-, domino- en schaakspelen, ganzenborden en sportartikelen, zelfs in de leeszaal is ook een biljart geplaatst.
Waar Belgen zijn wordt muziek gemaakt. Een muziekkorps en een gemengd koor met een muziekbibliotheek bestaan in het kamp en er worden liederavonden ingericht.

Woning commandant.

Archief Sjef Dirks.

Het Rockefeller-Comité voorzag tot 1 juni 1915 in de behoefte van naaimachines, en stoffen en benoodigdheden voor de naaischool.
Van den aanvang af is het onderwijs met krachtige hand in geregelde banen geleid. Voor kinderen van twee tot zes jaar bestaan bewaarscholen met schoolsoep, verder kribben voor de kinderen onder de twee jaar, die daar volgens medische voorschriften op oordeelkundige wijze worden gevoed. Leerplicht bestaat er tot 15 jarigen leeftijd. Eerst in vier en later in zes scholen wordt lager en meer uitgebreid lager onderwijs in 24 klassen gegeven. Daaraan reien zich een leergang van analfabeten, een avondschool en herhalingscursus van volwassenen, een cursus in de Fransche taal, terwijl door de in het kamp aanwezige dames en heren der Society of Friends ook een cursus in de Engelsche taal wordt gehouden. Thans bestaat er ook nog een kookcursus en een nijverheidsschool, die beide goed werk verrichten.
In april 1915 werd een werkhuis voor timmerlieden geopend en daaraan werden verbonden beroepsleergangen in teekenen, in rekenkunde en in houtbewerking. Door samenwerking van de Centrale Commissie voor beroepsleergangen, het Belgische Ministerie van Arbeid en de Administratie van het Vluchtoord groeide hieruit een tweeledige beroepsschool. Dra verrezen uitneembare huisjes, de zogenaamde Deensche huisjes.
Wat wij overal aantroffen dat is de geest van tevredenheid en blijmoedigheid, hier en daar aan het luchthartige grenzende, die de bevolking van het Vluchtoord Ede bezielt. Gezondheid, kracht, levenslust staan op de gezichten, vooral die der kinderen op aankomenden leeftijd, en het zal België ‘deugd doen’ na den oorlog deze mannen en vrouwen in den dop, als hope des vaderlands later aan de goede werken van den vrede bezig te zien.