Verdun na de eerste wereldoorlog

Het niet verloren laten gaan van Verdun aan de Duitsers was voor de Fransen van enorm strategisch belang. De langste slag uit de Eerste Wereldoorlog was die om Verdun, die in 1916 plaatsvond en tien maanden heeft geduurd. Uiteindelijk eindigde de slag onbeslist. Minstens 400.000 doden heeft deze slag gekost en het is de slag met de meeste doden per vierkante kilometer in de geschiedenis.
Vanwege zijn symbolische betekenis, die terugging tot de Frans-Duitse oorlog van 1870, wilden de Fransen deze plaats letterlijk met alle geweld proberen te behouden, toen de Duitsers hier een grote aanval inzetten. Geen wonder dat de Fransen juist hier het nationale monument voor de Eerste Wereldoorlog hebben neergezet, het Ossuarium van Douaumont, waarin zich de beenderen van gesneuvelde soldaten bevinden, zowel Duitse soldaten als Franse soldaten. Tevens ligt tegenover het ossuarium een groot oorlogskerkhof.
Een probleem bij de verdediging van Verdun was, dat er maar één toegangsweg was om uitrusting en troepen aan te voeren namelijk de weg vanuit Bar-le-Duc. Vanwege zijn vitale functie werd deze na de oorlog door de schrijver Maurice Barrès "Voie sacrée" (Heilige Weg) gedoopt, naar de Via Sacra in Rome, de weg waarlangs in de antieke oudheid de offerdieren naar het altaar werden gebracht. Slechts door een strikte organisatie, waarbij vrachtauto's bumper aan bumper reden, was het mogelijk het strijdveld via de Voie sacrée van de nodige aanvoer te voorzien. Vandaag de dag vervangt een goede asfaltweg de zeven meter brede en slecht geplaveide weg uit 1916.
De weg wordt gemarkeerd door demarcatiepaaltjes voorzien van een Franse soldatenhelm en met het opgeschrift "Verdun", "Voie sacrée" en "Bar le Duc", die de herinnering aan zijn voormalige betekenis levend houden.

Ansichtkaarten die tonen hoe Verdun na de Eerste Wereldoorlog weer hersteld is.

Archief Sjef Dirks.

De Maas en de kathedraal

Archief Sjef Dirks

Kerk Saint Sauveur, theater en de katheraal

Archief Sjef Dirks

Brug en Porte Chaussee

Archief Sjef Dirks

Stadhuis Verdun

Archief Sjef Dirks

Porte Saint Paul

Archief Sjef Dirks

Monument aux enfants de Verdun

Archief Sjef Dirks

Brug en Porte Chaussee

Archief Sjef Dirks

De oevers van de Maas

Archief Sjef Dirks

Porte Chatel

Archief Sjef Dirks

Demarcatiepaal "Voie sacrée"

Archief Sjef Dirks

Militair kerkhof van Faubourg Pave

Archief Sjef Dirks

Monument van de overwinning

Archief Sjef Dirks

Philippe Pétain nam in februari 1916 het commando over Verdun over. Hij vestigde zijn hoofdkwartier in de mairie (gemeentehuis) van Souilly, een plaatsje zo'n 30 km ten zuiden van Verdun aan de belangrijke verbindingsweg met Bar-le-Duc, de Voie sacrée. De werkkamer van Pétain is nu een museumpje. De stoel links in de kamer is de fauteuil waarin Pétain op 25 februari 1916 na een vermoeiende dag, waaarin hij een aantal zaken voor de overname van het commando geregeld had, in slaap viel en de volgende ochtend met een zware longontsteking ontwaakte.
Ook generaal Nivelle en generaal Pershing hebben een tijdje hier hun hoofdkwartier gehad. In de gang naar de werkkamer staat in een nis een buste van Pétain. Het bordje bevat de tekst (in vertaling): "Deze buste van maarschalk Pétain is in 1976 in de Maas teruggevonden, waar hij in de modder verborgen lag. Omdat hij opgeruimd zou worden, heeft Jean Rettel, hoofdvertegenwoordiger van de "Souvenir Français", hem bij de gendarmerie opgevraagd en aan de heer Joly, burgemeester van Souilly overhandigd, die hem hier heeft neergezet in zijn gemeentehuis, dat het hoofdkwartier van de Slag om Verdun was".

Faubourg Pave. Graf van de 7 onbekende soldaten.

Archief Sjef Dirks.

De stad Verdun kent verschillende monumenten om de slag en de doden te herdenken. De bekendste zijn het "Monument aux Morts" ("Monument voor de Doden") en het "Monument de la Victoire" ("Monument van de Overwinning") Het Monument aux Morts (van Forest en Grange) werd op 1 november 1928 ingewijd. Vijf soldaten van verschillende legeronderdelen staan schouder aan schouder en symboliseren hiermee het devies van Verdun in 1916 "On ne passe pas" ("Ze komen er niet voorbij"). Op de sokkel staan de namen van gevallen soldaten uit Verdun gegraveerd. Ieder jaar wordt op 1 november de vlam voor de onbekende soldaat onder de Arc de Triomphe in Parijs door lopers naar Verdun gebracht en na een ceremonie bij het monument in de crypte van het Monument à la Victoire gezet.
Het Monument de la Victoire (van Léon Chesnay, Louis-Alfred Berthemy en Jean Boucher) werd tussen 1920 en 1929 gebouwd. Op 23 juni 1929 werd het officieel ingewijd door de Franse president Doumergue in aanwezigheid van o.a. maarschalk Pétain. Het monument is gebouwd tegen de antieke stadswallen en een trap van 73 treden leidt naar een pyramide geflankeerd door twee Russische kanonnen die op de Duitsers zijn buitgemaakt. Hier bevindt zich een toegang tot een crypte, waar zich de gouden boeken van de stad, foto's, krantenknipsels, een register van de soldaten die op het slagveld van Verdun gesneuveld zijn en één met de namen van de gedecoreerden bevinden. Boven op de pyramide staat een beeld van een gehelmde ridder van de hand van Boucher.