Fort de Vaux

Het Fort van Vaux is een fort gelegen te Vaux-devant-Damloup in de buurt van Verdun in Maas. Het fort werd gebouwd van 1881 tot 1884 onder het Systeem Séré de Rivières en werd versterkt in 1888. Het fort werd tijdelijk ontwapend in 1915 door een besluit van de Franse generale staf dat eveneens Fort Douaumont ontwapende.
Het Fort van Vaux is kleiner dan Fort van Douaumont. Het fort past in de verdedigingsgordel rond Verdun ontworpen door Séré de Rivières. Het fort heeft een voor die tijd kenmerkende opbouw in trapeziumvorm (voorfront 140 m, basisfront 180 m, zijfronten 90 m). Het ligt op een hoogte van 351 m. Het fort is volledig omgeven door een droge gracht. Het werd gebouwd tussen 1881 en 1884. Door de ontwikkelingen in het geschut, was na de bouw een continue modernisering nodig.Zo werden de aanvankelijk aan de binnenzijde van de gracht geplaatste caponnières vervangen door aan de buitenzijde geplaatste. Het aanvankelijk binnenhof werd ontmanteld. Tussen 1904 en 1906 werd het fort verder gemoderniseerd en een koepel gewapend met het Canon 75-Model 1897 geïnstalleerd. Bij het Fort van Vaux werd ook een (niet gewapende) betonnen overkapping aangebracht vanaf 1888. Proeven met het toenmalige geschut met granaten van 155 en 220 mm had de noodzaak tot een betonnen overkapping aangetoond. Het beton had een samenstelling van kiezel:zand:cement in de verhouding 3:1:2,4, ofwel ca. 36½ % cement, veel hoger dan de Belgische forten. De dikte van de betonnen overkapping bedroeg 2,5 m. De Fransen goten het beton in lagen van 45 cm kort na elkaar, waardoor het beton een optimale sterkte had.

Fort de Vaux.

Archief Sjef Dirks.

Het Fort van Vaux stond onder bevel van majoor Raynal (49 jaar), die de oorlog begon aan het hoofd van de 7e Algerijnse regiment infanterie. Hij was gewond aan de schouder door een kogel van een machinegeweer in september 1914, vervolgens ernstig gewond in december 1914, toen zijn hoofdkwartier zwaar werd geraakt door een granaat. Na tien maanden van hospitalisatie, keert Raynal terug aan het front op 1 oktober 1915, maar hij wordt opnieuw verwond in het been door granaatscherven. Een paar dagen later wordt hij bevorderd tot Officer van Legioen van Eer. Nog steeds herstellende aan het begin van 1916, loopt hij alleen met moeite en de oorlog lijkt voorbij voor hem. Vervolgens kondigt de minister van Oorlog aan dat militairen die niet kunnen dienen in de frontlinie als gevolg van hun verwondingen, kunnen worden aangesteld voor het commando van forten. Als vrijwilliger, wordt Raynal gevraagd om te dienen in Verdun, waar de Duitsers zijn begonnen met hun offensief.

Fort de Vaux.

Archief Sjef Dirks.

Raynal treedt in functie op 24 mei 1916, op het moment dat de Franse infanterie vasthoudt aan een lijn van loopgraven voor Fort Vaux, maar alleen om een nachtelijke verrassingsaanval te voorkomen omdat overdag de positie onhoudbaar is. Het fort zelf wordt bezet door de 6e compagnie van het 142e Infanterie Regiment (een compagnie van machinegeweren) en een detachement van artilleristen en genie zijnde 250 man. Naast deze bezetting, heeft ook een aantal soldaten van het 101e Regiment Infanterie en 142e regiment toevlucht gezocht in het fort nadat het Duitse offensief hen heeft verdreven uit hun posities. Dit geldt ook voor de 53e compagnie (machinegeweer) die Raynal met de toestemming van hun commandant in het fort houdt.
Als Vaux uiteindelijk is omsingeld op 2 juni 1916, beschikt Raynal over meer dan 500 man, vier duiven, en een Engelse cockerspaniël met de naam van "Quiqui" die behoort aan een van de ingenieurs. Er is niet veel voedsel, maar de watervoorraad is verzekerd door een tank van 5000 liter.

Fort de Vaux.

Archief Sjef Dirks.

Het Fort van Vaux is symbool geworden voor soldaten die hun plicht vervulden tot het ultieme offer. Het was een vesting waarvan de voornaamste bewapening (de 75 mm koepel) onbruikbaar was geworden door een inslag van een 420 mm granaat (Dikke Bertha) die de koepel volledig vernielde in februari 1916. In de periode van 2 tot en met 7 juni 1916 kon het fort weerstand bieden aan de 50e Duitse divisie, dankzij de heldenmoed van het garnizoen onder bevel van majoor Raynal. Na zeer zware gevechten wordt het fort bestormd vanuit het noordwesten en slaagden de Duitsers erin de bovenbouw te bezetten, waarna het fort werd veroverd.

Het monument Le Pigeon du Fort de Vaux.

Archief Sjef Dirks.

De duiven van het Franse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog waren duiven die door het Franseleger werden gebruikt om aan het front te communiceren.
De strijd werd voor het eerst gekenmerkt door de mobiliteit van de troepen, die vastliepen in 1915 en drie jaar lang bleven steken in loopgraven. Informatie en desinformatie werden vervolgens van vitaal belang en strategisch, evenals de communicatiemiddelen.
Hoewel dit de tijd was van de ontwikkeling van telefonie, was het gebruikelijk dat eenheden werden geïsoleerd of berichten snel over lange afstanden werden verzonden. Om dit te doen, maakten beide partijen uitgebreid gebruik van duiven die vervoerd werden in speciale vrachtwagens die zich naar behoefte op verschillende fronten bewoge
Duiven zijn voornamelijk gebruikt door grondeenheden, maar soms ook te water gelaten vanuit vliegtuigen of schepen.
60.000 duiven werden gemobiliseerd voor de oorlog.
Sommige monumenten voor de doden besteden ook aandacht aan de duiven.
Blootgesteld aan dezelfde gevaren en risico's als mannen, werden sommige versierd als soldaten. Dit was het geval van de beroemde "Vaillant" (nummer 787.15)4, de laatste duif van Fort Vaux,uitgebracht op 4 juni 1916 om 11:30 uur om een laatste bericht van commandant Raynal naar Verdun te brengen.