Nederland neutraal

Nederland was ten tijde van de Eerste Wereldoorlog een neutraal land. Al lang voor 1914 was in Nederland het besef dat het land bij een Europese oorlog niets te winnen had. Wel zou men zich met wapens verzetten tegen een mogelijke vijandelijke aanval. De Nederlandse krijgsmacht had een belangrijke taak om de neutraliteit te verdedigen. De regering onder leiding van minister-president Pieter Cort van der Linden mobiliseerde voor het uitbreken van de oorlog de Nederlandse krijgsmacht.
De operatie, onder leiding van Generaal Cornelis Jacobus Snijders, verliep betrekkelijk vlekkeloos. De tweehonderdduizend gemobiliseerde soldanten waren al snel op hun plaats van bestemming.
Op 4 augustus 1914 vielen de Duitse troepen België binnen en Nederland werd ongemoeid gelaten. Ondanks het Nederlandse militaire vertoon is het maar de vraag of de neutraliteit daar aan te danken was. De Duitsers hadden er belang bij om eventueel via Nederland goederen te kunnen importen indien de Engelsen zeeblokkades zouden instellen. De Engelsen hebben, zoals verwacht, blokkades ingesteld wat consequenties had voor de Nederlandse economie. De schaarste dreef de prijzen op in Nederland, maar nog meer in Duitsland. De doorverkoop door Nederland van goederen aan Duitsland werd een lucratieve onderneming. Nederland hield haar troepen gedurende de gehele oorlog gemobiliseerd en haalde zo de eindstreep.