Belgisch militair ereveld

Door de inval van de Duitsers in België, aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, vluchten vele Belgische burgers en militairen naar het neutrale Nederland. De Nederlandse regering wil neutraal blijven en daarom is men verplicht om de gevluchte militairen te ontwapenen en ze onder te brengen in interneringskampen. Ruim 25.000 Belgische militairen werden ondergebracht in kazernes en tentenkampen in Amersfoort en Harderwijk; de anderen in Loosduinen bij Den Haag, in Gaasterland, Leeuwarden, Assen, Kampen, Zwolle en Zeist.

Belgisch militair ereveld.

Foto Sjef Dirks.

Op 11 oktober 1914 komen de eerste 1.500 Belgische militairen aan in Harderwijk. Het aantal groeit daarna tot meer dan 13.000. De vluchtelingen worden ondergebracht in de 'oude' en 'nieuwe' kazerne. Ook wordt de Grote Kerk als opvang gebruikt. Op 14 oktober richt men een tentenkamp in ten noordwesten van de Galgenberg, even buiten het centrum. In december worden 50 houten barakken gebouwd, die elk 250 mensen herbergen.
Het interneringskamp wordt een kleine stad. Er zijn ziekenzalen, wasinrichtingen, werkplaatsen, kantines, schoollokalen, kerkgebouwen, administratiegebouwen, postkantoren, wisselkantoren, bibliotheken, restaurants, winkels, een schouwburg en een bioscoop. In het kamp wonen bijna twee keer zoveel mensen als in Harderwijk.

Belgisch militair ereveld.

Foto Sjef Dirks.

De levensomstandigheden zijn er echter slecht. Geen verwarming of privacy in de propvolle barakken, ontoereikend sanitair, slechte hygiëne, ongedierte, eentonig en onvoldoende voedsel en beperkte medische verzorging. Veel soldaten krijgen last van reuma, bronchitis, longontsteking en tuberculose. Ook breken er epidemieën: mazelen, nekkramp, tyfus, cholera en Spaanse griep in de zomer van 1918.
Nederlandse en Belgische vluchtelingencomités zorgen gelukkig voor zeer gewilde basisopleidingen en beroepscursussen. Door een alfabetiseringscampagne leren 5.968 mensen lezen en schrijven. Geïnterneerden stichten zelf sportverenigingen, toneelgezelschappen en fanfares en er wordt zelfs een wielerbaan aangelegd. Ook staat de regering halverwege de oorlog gezinshereniging toe. Ongeveer 500 families van de militairen worden ondergebracht in de nabij gelegen kampen 'Leopoldsdorp' en 'Heidekamp'. Ook mogen geïnterneerden vaker buiten de kampen werken.

Belgisch militair ereveld.

Foto Sjef Dirks.

In december 1918 keren de meeste Belgen terug naar huis. 553 Belgische soldaten sterven tijdens hun verblijf in Nederland. Velen van hen zijn begraven op het "BELGISCH MILITAIR EREVELD 1914 - 1918" van de gemeentelijke begraafplaats te Harderwijk. Op een perk op de begraafplaats bevindt zich dit ereveld. Er liggen hier 225 Belgische militairen en op een monument staan er nog eens 124 die toen zijn gestorven maar hier niet konden worden herbegraven.

Belgisch militair ereveld.

Foto Sjef Dirks.