Kerstmis

De slechte weersomstandigheden, rond kerstmis 1914 hadden de oorlogshandelingen onmogelijk gemaakt. De beide legers lagen tegenover elkaar in de loopgraven. Er ontstond een situatie dat men niet direct naar de wapens wilde grijpen. Soldaten gingen bij de vijand kerst vieren in de loopgraaf. Er werden cadeaus uitgewisseld. Er werd zelfs in het niemandsland tussen de legers gevoetbald. Ook maakte men van de gelegenheid gebruik om alle lijken die nog in het niemandsland lagen op te ruimen en te begraven.
De eerste kerstbestanden ontstonden in de Ieperse sector, op initiatief van Duitse soldaten. Het waren vooral Britse troepen die deelnamen aan deze verbroederingen. Maar ook Belgen en Fransen deden mee.
Aan beide zijden raakten de opperbevelhebbers in paniek en reageerden furieus. Men zag dit als muiterij en hoogverraad. Om dergelijke toestanden te voorkomen, vaardigden de bevelvoerende generaals aan beide kanten maatregelen uit. Soldaten die opnieuw probeerden met de vijand te verbroederen zouden als deserteurs worden geëxecuteerd. Toch vonden er opnieuw taferelen van verbroedering plaats tijdens kerstmis 1915, zij het op beperktere schaal. De legerleiding was opnieuw razend.
In de herfst van 1916 dreigde men de artillerie op de infanterie te laten richten als die zich op vriendschappelijke wijze met de vijand zou inlaten. Opnieuw zouden manschappen standrechtelijk worden geëxecuteerd. Duitse of geallieerde soldaten die met kerst 1916 het niemandsland betraden of contact zochten met de vijand kregen de kogels nu om de oren. Er kwam geen kerstbestand in 1916 en evenmin in 1917.