Verdun

In het najaar van 1915 ontwikkelt de chef van de Duitse Generale Staf, Erich von Falkenhayn, een plan om de Fransen definitief het genadeschot te geven. Hij wil Verdun aanvallen. Deze stad heeft voor de Fransen een belangrijke historische en emotionele waarde en zij zullen deze stad volgens hem niet opgeven. Von Falkenhayn verwacht dat Frankrijk blijvend nieuwe troepen zal sturen om de stad te behouden. Deze zullen zich te pletter lopen tegen de Duitse aanval en zo zal het Franse leger langzamerhand doodbloeden. "Weiss bluten" was zijn term. De Duitse bevelhebber geeft het offensief de codenaam "Gericht". In het diepste geheim laat hij meer dan 1200 stukken geschut naar het front bij Verdun brengen. De slag om Verdun is een van de zwaarste slagen van deze oorlog. De slag om Verdun begint op 21 februari 1916 met een offensief op de rechter Maasoever. Na deze zware artilleriebeschieting rukken de Duitsers op.

Ansichtkaarten die tonen hoe Verdun door de Duitsers verwoest werd.

Archief Sjef Dirks.

Hoewel de Fransen worden teruggeslagen, verdedigen deze zich taaier dan verwacht. Het beroemde fort Douaumont valt op 25 februari. Het Franse opperbevel stuurt generaal Philippe Pétain naar de bedreigde stad. Hij organiseert de defensie en zet via La Voie Sacréé (een ingeslapen provinciale weg) massaal vrachtauto's in voor de aanvoer van troepen en materieel.
Op 6 maart beginnen de Duitsers ook een aanval op de linker Maasoever. Om twee heuveltoppen, de Mort Homme en Heuvel 304, wordt zwaar gevochten. Bij een laatste grote aanval op de rechteroever in juli, bereiken Duitse troepen het fort Souville. De Fransen heroveren een groot deel van het verloren terrein en Von Falkenhayn wordt vervangen. Na 300 dagen aan gevechten zijn er meer dan 750.000 Franse en Duitse doden, gewonden en vermisten te betreuren.