La nécropole de la Crouée

Een van de grootste begraafplaatsen in de Marne is la nécropole de la Crouée in Souain-Perthes-les-Hurlus die meer dan 30.000 lichamen op 60.000 m2 bij elkaar heeft gebracht, en die van Marfée in Noyers-Pont-Maugis.

La nécropole de la Crouée.

Foto Sjef Dirks.

De franse departementen Ardennen en de Marne zijn door de Duitsers bezet in augustus-september 1914. De Duitse legers passeren de Marne. De slag, 1e Victoire de la Marne in september 1914, werpt de Duitsers terug naar het noorden van Soissons en Reims. Vervolgens stabiliseert het front zich maar we tellen wel elke keer duizenden doden en gewonden. Dit tot het grote Duitse offensief in de lente van 1918. De zegevierende Duitsers bereiken opnieuw de Marne tussen Château-Thierry en Epernay.
De 1e bataille de la Marne heeft verwoestingen aangericht. Wat volgt is een positieoorlog die letterlijk elke strook land ontmenselijkt. Enkele heuvels zijn verlaagd en beekjes omgelegd. Het hout is verminderd tot enkele stukken stam terwijl de dorpen, verpletterd door de artillerie, voor altijd van de kaart zijn geschrapt.

La nécropole de la Crouée.

Foto Sjef Dirks.

De 2e slag bij de Marne, van 15 tot 18 juli 1918, bevrijdt bijna het gehele bezette deel van de Champagne (Mézières en Sedan) voor de wapenstilstand van 11 november.

La nécropole de la Crouée.

Foto Sjef Dirks.

In enkele weken tijd zijn de dorpen door de strijd vernietigd. Hun monumenten, kerken en kastelen, ondergaan onherstelbare oorlogsschade. Aan het einde van de vijandelijkheden in 1918, is de Champagne een waar slagveld: provisorische spoorlijnen en stations worden geïmproviseerd midden in de natuur, miljoenen gaten door granaten, ondergelopen loopgraven met hun prikkeldraad.

La nécropole de la Crouée.

Foto Sjef Dirks.

De plek van Main de Massiges is hetzelfde gebleven met zijn mijnkraters en de loopgraven van de gevechten in 1914-1915. Het is in oorspronkelijke staat hersteld. Ook zijn er geïmproviseerde graven waar de strijders van de 2 kampen hun gevallen kameraden zo goed mogelijk hebben begraven. De lichamen van hen die niet zijn teruggegeven aan hun familie rusten op de grote militaire begraafplaatsen die vandaag de dag de lijn van het oude front afbakenen en die erg vertrouwd zijn geworden voor de inwoners van de verwoeste streken in de Champagne.

La nécropole de la Crouée.

Foto Sjef Dirks.

Ook zijn er veel plaatsen en historische monumenten die getuigen van de felle strijd evenals van het dagelijkse leven in de oorlog. De stad Reims is voor 80% verwoest door Duitse bombardementen. Haar kathedraal Notre-Dame wordt in brand gestoken in september 1914 en wordt 4 jaar lang door de oorlog aangetast.

La nécropole de la Crouée.

Foto Sjef Dirks.

De overlevenden betonen eer door de heropbouw en de reparaties. De oude gerestaureerde huizen lopen langs nieuwe constructies gemarkeerd door de architecturale mode van de jaren 1920-1930. Naast de kerken die zijn heropgebouwd in de neo-romaanse of neo-gotische stijl staan veel monumentale gebouwen die in hun primitieve staat zijn hersteld. De herinnering aan de strijd is niet vergeten. In Mondement is het Monument de la Victoire de la Marne een gigantische grenssteen met afbeeldingen van de generalen die de leiding hadden over een leger tijdens deze strijd. In Dormans is het Mémorial des batailles de la Marne een kapel en een militaire grafkelder van een duizendtal soldaten van allerlei nationaliteiten.