Mont-Saint-Éloi

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag Mont-Saint-Éloi aan het front. Op een heuvel (135 meter) met uitzicht op Arras, getuigen twee verminkte torens op de Mont Saint-Eloi van de grootsheid van een abdij die over de hele Artois uitstraalde en van het strijdgeweld in dit gebied tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Mont-Saint-Éloi

Foto Sjef Dirks.

De abdij is volgens de legende in de zevende eeuw gesticht door de heilige Vindicianus, een volgeling van de heilige Eligius en kent zijn bloeitijd in de middeleeuwen. De kerk doet tijdens de Franse Revolutie dienst als bouwmaterialenfonds. Alleen de witte torens en het portiek van de westelijke gevel blijven bewaard.

Mont-Saint-Éloi

Foto Sjef Dirks.

Vanaf 1914 dienen de torens als observatiepost voor de Franse troepen. Ze houden de Duitsers in het oog die zich op de heuvels van Lorette en Vimy geïnstalleerd hebben. Maar elke beweging van de Franse soldaten ontketent hevig geschut van de Duitsers. De Fransen vrezen daarom de aanwezigheid van een spion. Ze ontdekken echter al gauw dat de Duitsers afgaan op het opvliegen van de vogels die in de torens nestelen.

Mont-Saint-Éloi

Foto Sjef Dirks.

De torens van de Abdij werden in 1915 vernield door Duits artillerievuur. In 1915 beschadigt het kanonvuur de bovenste verdieping van de torens, die daardoor van 53 meter tot 44 meter inkrimpen.

Mont-Saint-Éloi

Foto Sjef Dirks.

Begin 1916 lost het Britse leger de Franse troepen af in dit gebied. De laatsten hebben op de begraafplaats van de gemeente Ecoivres, aan de voet van de heuvel, een militaire hoek ingericht om 786 doden te begraven - overwegend soldaten gesneuveld tijdens de gevechten in 1915.

Mont-Saint-Éloi

Foto Sjef Dirks.

De nabijgelegen spoorweg voert niet alleen bevoorrading aan, maar ook slachtoffers van het front. Vandaar de bijzondere indeling van de Ecoives Military Cemetery: vanuit de Franse hoek richting offerkruis rusten voornamelijk Britse en Canadese soldaten op ‘volgorde van aanlevering’. De soldaten van de 46th (North Midland) Division, die vanaf maart 1916 dienden, worden opgevolgd door die van de 25th Division die het Duitse offensief aan de voet van Vimy in mei 1916 meemaakten. Vervolgens de mannen van de 47th London Division, gesneuveld tussen juli en oktober 1916 en tenslotte de Canadezen, gesneuveld tijdens hun aanval op de heuvelrug van Vimy in april 1917.

Mont-Saint-Éloi

Foto Sjef Dirks.

In 1921 komen de torens op de monumentenlijst. De ruïnes vormen een soort ‘levend’ monument: zowel een illustratie van de gruwelen van de oorlog als een oproep tot vrede.