Het Australische Nationale Monument

In Villers‑Bretonneux vinden we het Australische Nationale Monument. De Duitsers bezetten Villers-Bretonneux op 24 april 1918 terwijl ze naar Amiens oprukten.
Die nacht lanceerden de Australische soldaten een tegenaanval aan de noord- en zuidkant van de stad en omsingelden deze. Tegen de avond van 25 april – Anzac Day – was de vijand verdreven. Aan deze noordkant werden op de weg onderaan de helling ten westen van het monument de mannen van het Australische 57ste, 59ste en 60ste Bataljon opgesteld, gesteund door het 58ste Bataljon.

Het Australische Nationale Monument.

Foto Sjef Dirks.

De Australiërs rukten op door de ondiepe vallei tussen de toren en de stad waarbij het 60ste het monument het dichtstbij passeerde. Spoedig vormden ze een lange rij direct naar het oosten langs het hoogste punt van de heuvelrug.
Terwijl de Australiërs Duitse stellingen naderden onthulde het licht van een brandend gebouw hun manoeuvre. Vijandelijk vuurwerk verlichtte het landschap en er werd bevel gegeven om aan te vallen.

Het Australische Nationale Monument.

Foto Sjef Dirks.

Er kwam, schreef de historicus Charles Bean, een schreeuw vanuit de aanvallende linie – een wilde, vurige kreet die in elk verhaal genoemd wordt – en de Australiërs gingen recht op de vijand af.
Persoonlijke beschrijvingen die later van alle bataljons, pelotons en compagnies die deelnamen werden verzameld openbaarden de fysieke intensiteit van hun aanval: de Duitsers] schreeuwden om genade maar er waren te veel machinegeweren om rekening met hen te houden, deze Duitsers werden of met de bajonet gedood of neergeschoten. Bean concludeerde dat het half uur dat nodig was om de Duitse linie in te nemen een van de wildste was in de ervaring van de Australische infanterie.

Het Australische Nationale Monument.

Foto Sjef Dirks.

Aangezien de Duitsers deze stellingen daarna nooit meer terugwonnen, is het verbazingwekkend dat de lichamen van wel achtenveertig Australische soldaten ‘vermist’ werden in dit gebied aan de noordkant van de aanval. Hun namen staan op de lijst van vermisten van het 57ste, 58ste, 59ste en 60ste Bataljon op het Australische Nationale Monument. Het verhaal van hun lot is een verhaal dat op elke Anzac Day verteld mag worden.

Het Australische Nationale Monument.

Foto Sjef Dirks.

Op 22 juli 1938 legde koningin Elizabeth van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland een bosje klaprozen op de treden naar de gedenktoren. De koningin had die ochtend de bloemen van een jongetje van de Frans-Australische school in Villers-Bretonneux gekregen.

Het Australische Nationale Monument.

Foto Sjef Dirks.

Na de officiële kranslegging door de koning fluisterde de koningin hem iets toe, liep naar zijn krans, legde de klaprozen er bovenop en keek daarna een ogenblik naar het monument. Aan beide kanten van haar was een lange rij in steen gegraveerde namen van meer dan 11.000 mannen van de Australische Imperiale Strijdkrachten die tijdens de eerste wereldoorlog in Frankrijk gesneuveld waren en een ‘onbekend graf’ hadden.

Het Australische Nationale Monument.

Foto Sjef Dirks.

Bovenop de toren heeft men een mooi uitzicht op de velden en op het platteland.