Reims

Eglise Saint-Jacques

De stad Reims wordt tijdens de oorlog door de Duitsers korte tijd bezet en wel tot 13 september 1914. Na hun aftocht, na de eerste slag bij de Marne, nemen de Duitsers 100 gijzelaars mee die later weer worden vrijgelaten. De burgers van Reims worden verplicht om stro in de kathedraal over de grond uit te stooien voor de tientallen Duitse gewonden die daar worden achtergelaten.
Daarna wordt de stad vrijwel dagelijks door artillerievuur beschoten en worden veel gebouwen verwoest. Ongeveer 8600 huizen van de 13.806 woningen worden onherstelbaar beschadigd. Ook de kathedraal wordt door het vuur zwaar getroffen. De burgers weten zich te beschermen door gebruik te maken van de kelders die uitgehouwen zijn in de krijtrotsen, waar ook de champagne wordt opgeslagen. In maart 1918 worden de laatste bewoners geëvacueerd.

Ansichtkaarten die tonen hoe Reims door de Duitsers verwoest werd.

Archief Sjef Dirks.

Reims krijgt vanwege deze verwoestingen de bijnaam martelaarsstad. De stad werd na de eerste wereldoorlog onderscheiden met het Legioen van Eer.