Haringhe Military cemetery

Haringhe (Bandaghem) Military Cemetery ligt in het Belgische dorp Haringe. De begraafplaats ligt zo'n 400 m ten zuidwesten van het dorpscentrum en werd ontworpen door Reginald Blomfield. Ze heeft een onregelmatig grondplan met een oppervlakte van zo'n 2364 m2. Het Cross of Sacrifice staat achteraan tegen de zuidelijke rand en de Stone of Remembrance staat in een hoek gevormd door de oostelijke afsluiting. Er worden 816 doden herdacht, waaronder 8 niet geïdentificeerden.

Haringhe Military Cemetery.

Foto Sjef Dirks.

Haringe lag gedurende de oorlog in geallieerd gebied, buiten de frontzone. Met het oog op het geallieerd offensief en de Derde Slag om Ieper werden in 1917 in de omgeving een aantal veldhospitalen ingericht (Casualty Clearing Stations of C.C.S.) ingericht. In de zomer van 1917 waren hier de 62th en 63th C.C.S. gevestigd, die de begraafplaats in gebruik namen. De plaats kreeg de populaire naam "Bandaghem", naar het Engelse "to bandage" (in een verband leggen) en het Vlaamse achtervoegsel "gem". Vlakbij waren er ook veldhospitalen op plaatsen die men Dozinghem en Mendinghem noemde.

Haringhe Military Cemetery.

Foto Sjef Dirks.

De 62th verzorgde vooral zenuwgevallen, zoals soldaten met shellshock. Hier passeerden tijdens de oorlog zo'n 5000 gevallen. De 63th verzorgde gewone zieken. De begraafplaats bleef tot oktober 1918 gebruikt worden door deze veldhospitalen en door enkele andere, zoals de 36th in 1918. Vier perken met Franse gesneuvelden werd na de oorlog naar andere begraafplaatsen overgebracht.
Er liggen nu 742 Britten (waaronder 5 niet geïdentificeerd konden worden), 2 Australiërs, 6 Canadezen, 11 Nieuw-Zeelanders, 7 Zuid-Afrikanen, 4 Chinezen van het Chinese Labour Corps en 1 Franse burger. Er liggen ook 38 Duitsers begraven (waarbij 3 niet geïdentificeerde). Later werden hier ook vijf Engelse soldaten uit de Tweede Wereldoorlog bijgezet.

Haringhe Military Cemetery.

Foto Sjef Dirks.

Drie gesneuvelden kregen postuum de zeldzame Albert Medaille, namelijk A.H. Furlonger, George Edward Johnson en Joseph Collington Farren. Samen met nog twee anderen voorkwamen ze een ramp door een brandende wagon uit een munitiedepot te slepen.